Puppy opvoeden: de eerste drie maanden
De meeste puppy's komen op acht tot tien weken oud in huis. De drie maanden daarna zijn voor de opvoeding het belangrijkst: een puppy zuigt nieuwe ervaringen op als een spons, en wat hij nu leert, neemt hij zijn hele leven mee. Je hoeft nog geen perfect gehoorzame hond te hebben. Het gaat erom de basis te leggen: zindelijkheid, rustig kennismaken met de wereld, voorzichtig omgaan met zijn tanden en een paar eerste commando's. Hier lees je waar je op let en in welke volgorde.
Voor je begint: korte sessies en veel complimentjes
Een puppy kan zich maar een paar minuten concentreren. Plan daarom meerdere korte trainingen per dag, gerust drie tot vijf minuten, en stop altijd voordat hij zich gaat vervelen. Beloon goed gedrag meteen met een snoepje, je stem of een spelletje. Straffen, schreeuwen en hem in zijn nekvel grijpen werken niet: je puppy wordt alleen bang en verliest zijn vertrouwen in jou.
Maand 1 thuis (8 tot 12 weken): veiligheid en zindelijkheid
De eerste weken draaien vooral om wennen aan het nieuwe huis, aan jou en aan een vast ritme. Vaste tijden voor eten, slapen en uitlaten geven je puppy houvast. Reken erop dat hij 18 tot 20 uur per dag slaapt, en laat hem slapen. Een oververmoeide puppy bijt, piept en leert slechter. Meer over de eerste dagen lees je in het artikel over de eerste dag met een puppy.
Zindelijkheid: neem je puppy mee naar buiten direct na het wakker worden, na het eten, na het spelen en verder ongeveer elk uur tot elke twee uur. Een vuistregel: een puppy kan zijn plas ongeveer zoveel uur ophouden als hij maanden oud is, plus één. Doet hij zijn behoefte buiten, prijs hem dan meteen. Ongelukjes binnen ruim je zonder iets te zeggen op, het liefst met een enzymreiniger die ook de geur weghaalt. Zijn neus erin duwen helpt niet.
Naam: zeg zijn naam, en als je puppy zich naar je omdraait, beloon je hem. Een paar keer per dag herhalen en zijn naam betekent straks "kijk naar mij, er komt iets leuks".
Socialisatie: een venster dat sluit
Tot ongeveer 14 à 16 weken staat een puppy het meest open voor nieuwe dingen. Wat hij in die periode rustig leert kennen, vindt hij later normaal. Laat hem dus zo veel mogelijk zien: verschillende mensen (kinderen, mensen met een hoed of een stok), rustige ingeënte honden, de auto, de tram, de stofzuiger, trappen, verschillende ondergronden en een bezoekje aan de dierenarts alleen om geaaid te worden. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. Is je puppy bang, ga dan terug naar een afstand waarop hij ontspannen blijft en dwing hem nergens toe. Zolang hij niet volledig is ingeënt, kies je veilige plekken en overleg je met de dierenarts wanneer hij naar puppycursus mag. Een cursus kost ongeveer 100 tot 200 euro en is voor beginnende baasjes echt de moeite waard.
Bijten: leren voorzichtig te zijn
Puppy's bijten in alles, ook in handen. Dat is normaal en tegelijk een kans om ze te leren dat mensenhuid gevoelig is. Bijt je puppy harder, stop het spel dan even, trek je handen terug en geef hem een speeltje. Is hij helemaal opgefokt en niet te stoppen, dan is hij meestal moe: laat hem op een rustige plek slapen. Kauwspeelgoed helpt, net als een rubberen speeltje gevuld met snoepjes die hij eruit moet peuteren. Rond vier tot zes maanden wisselt hij van tanden en wordt de kauwbehoefte nog groter.
Maand 2 thuis (12 tot 16 weken): eerste commando's
Nu is het tijd voor de basiscommando's: "hier", "zit", "af" en "los". Het belangrijkste is de terugroep. Oefen die in huis en in de tuin, waar weinig afleiding is, en beloon elke keer dat hij komt royaal. Roep je puppy nooit bij je voor iets vervelends. Een uitgebreide uitleg vind je in het artikel basiscommando's aanleren.
Laat hem tegelijk wennen aan een halsband of tuigje en een riem. Eerst een paar minuten in huis, daarna tijdens korte wandelingen. Hoe dat werkt, lees je in het artikel hond leren niet aan de lijn te trekken.
Maand 3 thuis (16 tot 20 weken): alleen zijn en geduld
Je puppy kan nu meer aan, maar begint ook voor het eerst grenzen af te tasten. Versterk wat hij al kan en voeg zelfbeheersing toe: wachten bij de voerbak tot jij het teken geeft, of wachten bij de deur voordat jullie naar buiten gaan. Leer hem stap voor stap even alleen te zijn, eerst seconden, dan minuten. Het stappenplan staat in het artikel hond alleen thuis laten.
Pas op voor overbelasting. Zijn botten en gewrichten groeien nog, dus lange loopjes, springen en naast de fiets rennen bewaar je voor later. Een vaak genoemde vuistregel is ongeveer vijf minuten aaneengesloten wandelen per levensmaand, twee keer per dag. Vrij spelen en snuffelen tellen niet mee.
De meest gemaakte fouten
- Te veel vrijheid te vroeg: een puppy die zonder toezicht door het hele huis mag, leert achter de bank te plassen en aan schoenen te knagen.
- Te weinig slaap: een wilde puppy die steeds bijt, heeft meestal een dutje nodig en geen extra vermaak.
- Geforceerde socialisatie: een angstige puppy meenemen in een drukte of hem laten lastigvallen door een vreemde hond doet meer kwaad dan goed.
- Verschillende regels in het gezin: als de één de puppy op de bank laat en de ander niet, kan hij er niets van maken.
Elk ras leert net even anders
Een labrador retriever doet alles voor een snoepje, maar blijft tot ongeveer twee jaar druk en kauwgraag. Een border collie leert razendsnel en verzint zelf een klusje als jij hem geen hersenwerk geeft. Een beagle volgt zijn neus, dus de terugroep vraagt meer geduld en een lange lijn. Hoe veeleisend elk ras is, vergelijk je in onze rassengids.
Zou jij elke twee uur met een puppy naar buiten kunnen?
TestDog simuleert echte hondenzorg: voeren en uitlaten binnen vaste tijdvakken en echte stappen van de stappenteller op je telefoon. Probeer uit of hondenzorg in je dag past voordat je een puppy in huis haalt.